Het is januari. Terwijl de zon zich na een halve werkdag op de bank heeft neergestort met een burn out, buiten een zuidwester regendruppels mijn kraag in slingert en ieder normaal mens aan tafel zit voor het avondeten, begeven wij ons krakend en steunend (de auto heeft zijn beste tijd gehad) richting een van de middelbare instituten van onze stad.

Zoals iedereen met een beginnende tiener blijkt. Waar normaal de fietsen over elkaar heen kletteren, staan nu twee volwassenen met een taakstraf een lichtgevende wortel heen en weer te wapperen. Volgens mijn vrouw zouden we naar ze moeten luisteren. Na een heldhaftig maar kansloos protest leg ik mij neer bij de situatie en rij in de richting waar de wortel heen wijst.

Op de parkeerplaats staan voornamelijk auto’s ter waarde van drie keer ons jaarsalaris, een teken dat onze zoon in ieder geval in de goeie familie gaat trouwen. Natuurlijk is er plek voor ons koekblik, die we onder een Porsche Cayenne S-Turbo parkeren. Lees verder