De zaterdagochtend staat voor een belangrijk deel in het teken van zwemles. En nu we aan onze derde editie zijn begonnen, is het een geoliede machine geworden. Er blijft dus tijd en energie over om het geheel eens vanaf een afstandje te bekijken.
Doorgaans rijden we, mijn dochter en ik (mits ik aan de beurt ben natuurlijk, mijn dochter mag zelf kiezen), een kwartiertje voor de start het terrein van de zwemschool op. Vandaag is zo’n dag en mijn dochter is weer lekker scherp. Ze vraagt wat die mensen daar aan het doen zijn. Ze bedoelt de mensen op het voetbalveld naast het zwembad, dat toebehoort aan een van de plaatselijke laagvliegers.
‘Nou,’ weet ik mijn dochter te antwoorden, ‘die kinderen daar rennen heen en weer om het warm te krijgen.’ Mijn dochter knikt begrijpend.
‘En die grote mensen vloeken vooral heen en weer. Die krijgen het ook warm, maar vooral omdat ze de hobby van hun kinderen verpesten.’ Ze kijkt me vragend aan.
Ik besluit het niet uit te leggen, want het zou haar vertrouwen in de mensheid flink schaden. Ondertussen parkeer ik naast een Porsche Cayenne, hoewel er ook ruimte onder was. Het is lekker en droog weer, het is niet nodig vandaag.
Recente reacties